Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,
- de akte van Delta Vastgoed.
Rechtbank Den Haag
De huurder heeft van mei 2021 tot december 2022 een woning gehuurd van Delta Vastgoed en betaalde een waarborgsom van €1.590,-. Na beëindiging van de huurovereenkomst vorderde de huurder de terugbetaling van deze waarborgsom. Delta Vastgoed stelde dat zij deze waarborgsom had verrekend met openstaande servicekosten en belastingen over 2022, waarvan de hoogte door de huurder werd betwist.
De huurder overhandigde een rapport van de Huurcommissie waaruit bleek dat de servicekosten voor 2022 €879,84 bedroegen, aanzienlijk lager dan het door Delta Vastgoed opgegeven bedrag van ruim €3.500,-. Delta Vastgoed maakte bezwaar tegen dit rapport, maar kon haar vordering niet nader onderbouwen met specificaties en facturen.
De rechtbank oordeelde dat verrekening alleen mogelijk is als de hoogte van de vordering eenvoudig vast te stellen is. Gezien het verschil in bedragen en het ontbreken van onderbouwing door Delta Vastgoed, werd het verrekeningsverweer gepasseerd. De vordering van de huurder tot terugbetaling van de waarborgsom werd daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente. De vorderingen van Delta Vastgoed in reconventie werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Delta Vastgoed werd veroordeeld tot betaling van de waarborgsom met rente en tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van de huurder. De uitspraak is op 12 september 2023 door de kantonrechter van Eijk gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Delta Vastgoed moet de waarborgsom van €1.590,- met wettelijke rente aan de huurder terugbetalen en wordt veroordeeld in de proceskosten.