Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Stichting Woonbron,
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.Beslissing ex artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
€ 249,00;
Rechtbank Den Haag
De huurder huurt een appartement van Woonbron en werd bij vonnis van 21 december 2022 veroordeeld tot ontruiming van de woning wegens ernstige overlast. De huurder is in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis. In een executie-kortgeding vordert de huurder schorsing van de uitvoerbaarheid van het ontruimingsvonnis totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.
De kantonrechter stelt vast dat het executiegeschil niet dient te worden gezien als een verkapt hoger beroep op het vonnis van 21 december 2022. De beoordeling van de ernst van de overlast en de belangenafweging zijn reeds door de kantonrechter in het oorspronkelijke vonnis gemaakt en zullen in hoger beroep opnieuw worden beoordeeld.
Het toetsingskader in dit executiegeschil is beperkt tot het beoordelen van nieuwe belangen, feiten of omstandigheden die na het vonnis zijn ontstaan, of misbruik van recht bij executie. De huurder heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd dat dergelijke elementen aanwezig zijn.
Daarom worden de vorderingen van de huurder afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van Woonbron, begroot op €249. De uitspraak is gedaan door kantonrechter C.W.D. Bom op 21 februari 2023.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen.