ECLI:NL:RBDHA:2023:21843
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak
Verzoeker heeft in een bestuursrechtelijke hoofdzaak beroep ingesteld tegen een besluit van de directie van de RDW. Omdat het griffierecht niet werd betaald en dit niet verontschuldigbaar was, verklaarde de rechter het beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er sprake is van omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid aantasten of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor wekken. Daarbij geldt een sterke vermoeden van onpartijdigheid van rechters. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter al een einduitspraak had gedaan. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak, waardoor het wrakingsverzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Er werd geen mondelinge behandeling gehouden, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en de beslissing toe te zenden aan verzoeker en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking na einduitspraak niet mogelijk is.