Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:21814

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
12 februari 2024
Zaaknummer
NL23.17148
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van etnische discriminatie in Guinee

Eiser, van Guinese nationaliteit, diende op 20 augustus 2021 een asielaanvraag in vanwege economische problemen, politiegeweld en etnische discriminatie door de Malinke-groep. Hij stelde dat hij en zijn familie vanwege hun Sousou-etniciteit werden onteigend, mishandeld en vastgehouden.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag op 15 mei 2023 af, stellende dat de problemen niet het gevolg waren van etnische discriminatie. De rechtbank behandelde het beroep op 13 oktober 2023 en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de problemen veroorzaakt werden door discriminatie vanwege zijn etniciteit.

De rechtbank nam mee dat de overgelegde landeninformatie en persoonlijke verklaringen onvoldoende specifiek waren en dat wisselende verklaringen en het ontbreken van bewijs voor het causale verband de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook was er geen aanwijzing dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van etnische discriminatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17148

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.N. Sap).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Guinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Hij heeft op 20 augustus 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 15 mei 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, V.M. Corcelle als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat hij het land heeft verlaten vanwege de economische situatie en de situatie waarin veel jongeren zich bevinden. Eiser heeft te maken gekregen met politiegeweld, armoede, onrecht, corruptie, een gebrek aan hulp en hij was dakloos. Sinds 2010 is in Guinee de Malinke-groep aan de macht en worden de andere etnische groepen zoals de Sousou, waartoe eiser behoort, gediscrimineerd. In 2015 heeft een groep Malinke (de Corrabrier, handhaving/politie) eiser en zijn familie uit hun huis gejaagd en het dak van het huis vernield. Volgens de Corrabrier was dit hen opgedragen. De familie van eiser is naar de rechtbank gegaan maar vanwege hun Sousou-etniciteit hebben zij geen gelijk gekregen. Enkele dagen later is het huis gesloopt en daarna is een groep Malinke begonnen met werkzaamheden op het terrein van de familie van eiser. Eiser heeft gehoord dat een van de werkers heeft gezegd dat dit vanwege hun Sousou-etniciteit is gebeurd. Toen eiser en zijn familie bij het terrein protesteerde, heeft de groep versterking gehaald en zijn eiser en zijn familie mishandeld en naar een kamp gebracht waar ze zijn vastgehouden. Na een aantal weken mochten eiser en zijn familie weg. Daarna is eiser de rest van de familie uit het oog verloren, leefde hij op straat en kon hij niet verder met school. Eiser sliep en werkte op de markt. Op de markt is eiser regelmatig mishandeld door Malinke-bewakers en de politie. Eiser heeft op de markt een vriend ontmoet en hij heeft samen met hem Guinee in augustus 2019 verlaten.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • de ondervonden problemen in Guinee.
Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat eisers verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Verweerder acht de verklaringen over de ondervonden problemen in Guinee eveneens geloofwaardig, maar hij acht niet geloofwaardig dat deze problemen het gevolg zijn van discriminatie door de Malinke op basis van eisers etniciteit. Verweerder heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Het oordeel van de rechtbank
Verwijzing naar de zienswijze
6. De rechtbank oordeelt allereerst als volgt. Voor zover namens eiser is volstaan met verwijzing naar de zienswijze, zonder daarbij concreet aan te geven op welke punten verweerders reactie daarop in het bestreden besluit volgens hem te kort schiet, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een voldoende gemotiveerde betwisting van het bestreden besluit.
De geloofwaardigheid van de gestelde discriminatie
7.1
Eiser voert aan dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem ondervonden problemen het gevolg zijn van discriminatie door de Malinke op basis van etniciteit. De Malinke zijn in Guinee aan de macht en discrimineren elke minderheidsgroepering. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser landeninformatie van VWN van 24 juli 2023 [1] overgelegd. Daarnaast wijst eiser op zijn persoonlijke ervaringen. Zo hebben leden van de Malinke-groep tegen de familie van eiser en andere omwonenden gezegd dat de reden van de onteigening en sloop van de woning is gelegen in de omstandigheid dat zij tot de Sousou behoren. Daarnaast heeft de kampleiding tegen eiser en leden van eisers groep onder meer gezegd dat de reden dat zij in het kamp zitten, is gelegen in het behoren tot de Sousou. De kampleiding krijgt directe instructies van de Malinke. Verder werden de marktkooplieden gediscrimineerd tenzij zij tot de Malinke behoren. Dat ook andere stammen slachtoffer zijn van discriminatie doet niet af aan het feit dat eiser en zijn groep worden gediscrimineerd door de Malinke.
7.2
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de problemen die hij heeft ondervonden in Guinee het gevolg zijn van discriminatie door de Malinke vanwege zijn etniciteit. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de woning van zijn familie is onteigend vanwege discriminatie richting de Sousou. Verweerder heeft daarbij kunnen verwijzen naar informatie van HRW van 16 april 2020 [2] . Uit deze informatie blijkt dat er problemen bestaan over landeigendom, maar er blijkt niet dat de problemen te maken hebben discriminatie op basis van etniciteit. Dat sprake is van discriminatie richting de Sousou blijkt eveneens niet uit de door eiser overgelegde informatie van VWN. De informatie is te algemeen en ziet niet op de Sousou of eiser. Ter zitting heeft eiser ook bevestigd dat uit de informatie niet blijkt dat sprake is van discriminatie richting de Sousou. Eiser heeft toegelicht dat uit de informatie blijkt dat de overheid bestaat uit Malinke en dat in Guinee sprake is van corruptie en een ondeugdelijk rechtssysteem. Volgens eiser kan hij daarom niet voor bescherming bij de autoriteiten of bij de politie terecht. Gelet op de inhoud van de informatie en eisers toelichting daarop is de rechtbank van oordeel dat deze informatie niet onderbouwt dat eiser te maken heeft gehad met discriminatie vanwege zijn etniciteit. Eiser heeft dit eveneens niet onderbouwd met de verklaringen over zijn persoonlijke ervaringen. Verweerder heeft in dat kader kunnen tegenwerpen dat eiser wisselend heeft verklaard over wat er tegen wie is gezegd bij de onteigening van het huis [3] . Verder heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt dat hij en zijn familie vanwege hun etniciteit naar het kamp zijn gebracht. Zo is niet uitgesloten dat dit kamp was bedoeld als opvang vanwege de onteigening. Ook heeft eiser niet onderbouwd dat de marktkooplieden die niet tot de Malinke behoren worden gediscrimineerd door de autoriteiten en de politie. Dat de Sousou in Guinee worden gediscrimineerd blijkt nergens uit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser het causale verband tussen de door hem ondervonden problemen en zijn etniciteit niet aannemelijk heeft gemaakt. De beroepsgronden slagen niet.
Zwaarwegendheid van de geloofwaardige geachte elementen
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit deugdelijk heeft gemotiveerd dat de ondervonden problemen onvoldoende zwaarwegend zijn. De geschetste problemen duiden op willekeurige incidenten die niet op eiser persoonlijk gericht zijn en er zijn geen indicaties dat eiser bij een terugkeer naar Guinee wederom met deze problemen te maken zou krijgen. Eisers stelling dat hij bij terugkeer naar Guinee geen bescherming kan verkrijgen van de autoriteiten of de politie slaagt niet nu niet is gebleken dat hij persoonlijk bescherming van de autoriteiten nodig heeft. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat er geen gegronde vrees is voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat eiser bij terugkeer naar Guinee geen reëel risico loopt op ernstige schade.
Reguliere vergunning en terugkeerbesluit
9. De rechtbank stelt vast dat eiser de beroepsgrond dat verweerder ten onrechte geen reguliere verblijfsvergunning heeft verleend ter zitting heeft ingetrokken. De rechtbank stelt verder vast dat eiser de beroepsgronden dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit heeft genomen en hem ten onrechte geen uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw [4] in zijn geheel niet heeft onderbouwd en om die reden niet slagen.

Conclusie en gevolgen

10. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een bespreking van het subsidiaire standpunt van verweerder met betrekking tot de gestelde discriminatie en de gronden die eiser daartegen heeft gericht. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Bruins, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.L.M. Celie, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.VluchtelingenWerk Nederland, “Guinee – Bescherming door de autoriteiten algemeen” van 24 juli 2023.
2.Human Rights Watch, “We’re leaving everything behind”, 16 april 2020
3.Nader gehoor, p. 12, 15 en 16
4.Vreemdelingenwet 2000