ECLI:NL:RBDHA:2023:21766
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen slachtoffer toeslagenaffaire tegen de Staat wegens onvoldoende grondslag en bestuursrechtelijke rechtsgang
Eiseres, een slachtoffer van de toeslagenaffaire, vordert diverse voorzieningen van de Staat, waaronder plaatsing op de urgentielijst, vergoeding van reiskosten, borg en woonruimte. Zij ontving reeds compensatie en aanvullende schadevergoeding via de Commissie Werkelijke Schade en het OTB.
De Staat verweert zich met het standpunt dat de vorderingen deels niet-ontvankelijk zijn omdat een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat en dat op grond van artikel 2.15 Wht geen civielrechtelijke aanspraak op vaste woonruimte bestaat. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen die via het bestuursrecht kunnen worden behandeld niet ontvankelijk zijn verklaard.
Voor zover eiseres een civielrechtelijke aanspraak op woonruimte stelt, wordt dit verworpen omdat de Staat en het OTB geen woningen in portefeuille hebben en afhankelijk zijn van gemeenten en woningcorporaties. De Staat voldoet aan zijn zorgplicht door onder meer het aanbieden van tijdelijke huisvesting. De overige vorderingen, waaronder een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten en plaatsing op de urgentielijst, worden eveneens afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en verklaart een deel niet-ontvankelijk, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.