ECLI:NL:RBDHA:2023:21762
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete Kansspelautoriteit
De Kansspelautoriteit heeft aan verzoekster een bestuurlijke boete van €2.074.000 opgelegd wegens het zonder vergunning aanbieden van kansspelen. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om het boetebesluit te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek in een spoedprocedure en beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang. Verzoekster stelde dat de boete aanzienlijke financiële gevolgen zou hebben, maar kon dit niet concreet onderbouwen met financiële stukken of een acute noodsituatie. Er was bovendien een mogelijkheid tot betalingsregeling met de Kansspelautoriteit.
Daarnaast werd onderzocht of het boetebesluit evident onrechtmatig was. De rechter oordeelde dat dit niet het geval was, omdat verzoekster zonder vergunning gelegenheid bood tot deelname aan kansspelen, zoals blijkt uit het boeterapport en de eigen erkenning van verzoekster dat Nederlandse bezoekers geld stortten.
De discussie over de hoogte van de boete kan in de bezwaarprocedure worden gevoerd. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang en het ontbreken van evidente onrechtmatigheid werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuurlijke boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evidente onrechtmatigheid.