Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V Nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Libische nationaliteit, werd op 4 december 2022 aangehouden op verdenking van heling en veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig dagen, waarvan tien voorwaardelijk. Na zijn strafrechtelijke heenzending op 14 december 2022 werd hij pas op 22 december 2022 vreemdelingrechtelijk overgenomen, waardoor een periode van zeven dagen tussen beide trajecten ontstond.
Eiser stelde dat deze periode onrechtmatig was en dat de maatregel van bewaring daarom opgeheven moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat eiser gedurende deze periode niet van zijn vrijheid was beroofd en dat er geen sprake was van onrechtmatigheid in het voortraject. Daarnaast werd geoordeeld dat het ontbreken van een rechtsgeldige uitreiking van het overdrachtsbesluit geen invloed had op de rechtmatigheid van de inbewaringstelling.
De rechtbank vond de zwaarwegende gronden voor bewaring, zoals het niet beschikken over identificatiedocumenten en het niet naleven van meldplicht, voldoende onderbouwd. Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden en het verzoek om een lichter middel werden verworpen, omdat een lichter middel niet effectief zou zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.