Uitspraak
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jordaanse asielzoeker, diende na een eerdere afgewezen asielaanvraag een opvolgende aanvraag in. Verweerder verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen. Eiser overlegde echter aanvullende documenten, waaronder een oproepbevel en stukken van Jordaanse autoriteiten, die een reëel risico op eerwraak bij terugkeer aannemelijk maken.
Verweerder liet de authenticiteit van de documenten onderzoeken, waarbij bleek dat het afschriften betrof. Op grond hiervan handhaafde verweerder de niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder niet voldeed aan zijn samenwerkingsplicht zoals voorgeschreven in de Procedurerichtlijn, omdat hij niet verder onderzoek deed of eiser de mogelijkheid gaf een zienswijze te geven.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.511,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.