ECLI:NL:RBDHA:2023:21698

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
NL23.20395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens samenhang met andere zaak

Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door verweerder. Nadat het beroep was ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen en de aanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank overweegt dat verweerder in beginsel de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag aan vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank constateert dat het beroep van verzoeker samenhangt met een zaak van zijn echtgenote, waarbij dezelfde rechtsbijstandverlener betrokken was en identieke werkzaamheden verrichtte. De vergoeding wordt daarom beperkt tot het bedrag dat in één zaak wordt toegekend.

Aangezien in de zaak van de echtgenote reeds een proceskostenvergoeding is toegekend, wijst de rechtbank het verzoek van verzoeker af om dubbele vergoeding te voorkomen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de vergoeding reeds in een samenhangende zaak is toegekend.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20395
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoeker is op 13 juli 2023 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 30 augustus 2023 heeft verweerder in een kennisgeving aan verzoeker laten weten zijn aanvraag in te willigen. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker in beginsel een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser samenhangt met de zaak van zijn echtgenote onder kenmerk NL23.20391. De echtgenote van eiser heeft op dezelfde dag een asielaanvraag ingediend. Zij ontvangen ook rechtsbijstand van dezelfde rechtsbijstandverlener, voor wie de werkzaamheden in beide zaken identiek waren. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak wordt toegekend. Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 augustus 2023 in de zaak met kenmerk NL23.20391 is verweerder al veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 oktober 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.