ECLI:NL:RBDHA:2023:21698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens samenhang met andere zaak
Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door verweerder. Nadat het beroep was ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen en de aanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder in beginsel de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag aan vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank constateert dat het beroep van verzoeker samenhangt met een zaak van zijn echtgenote, waarbij dezelfde rechtsbijstandverlener betrokken was en identieke werkzaamheden verrichtte. De vergoeding wordt daarom beperkt tot het bedrag dat in één zaak wordt toegekend.
Aangezien in de zaak van de echtgenote reeds een proceskostenvergoeding is toegekend, wijst de rechtbank het verzoek van verzoeker af om dubbele vergoeding te voorkomen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de vergoeding reeds in een samenhangende zaak is toegekend.