ECLI:NL:RBDHA:2023:21395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens opheffing rechtspersoon bij navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Eiseres, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. Na handhaving van deze aanslag in bezwaar, stelde eiseres beroep in tegen deze besluiten. Tijdens de procedure bleek uit een uittreksel van het Handelsregister dat eiseres op 7 oktober 2019 was opgehouden te bestaan wegens gebrek aan baten.
De rechtbank stelde vast dat het beroep werd ingesteld nadat eiseres als rechtspersoon was opgehouden te bestaan. Volgens artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek kunnen na het beëindigen van een rechtspersoon geen rechtshandelingen meer op haar naam worden verricht, tenzij de vereffening is heropend, wat hier niet het geval was. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk en werd de zaak niet inhoudelijk beoordeeld.
Verder wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat eiseres ten tijde van de beroepsprocedure niet meer bestond en daardoor geen spanning of frustratie kon worden aangenomen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 19 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij als rechtspersoon was opgehouden te bestaan ten tijde van het instellen van het beroep.