ECLI:NL:RBDHA:2023:21390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Somalië
Eiser, een Somalische man die sinds 1993 Somalië niet meer bezocht en lange tijd in Saudi-Arabië verbleef, vroeg asiel aan vanwege vrees voor vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Hij baseerde zijn vrees op het lidmaatschap van een kwetsbare minderheidsstam, het ontbreken van een sociaal netwerk en de dreiging van vrouwenbesnijdenis voor zijn dochters.
Verweerder wees de aanvraag af omdat hij de vrees voor vervolging niet aannemelijk achtte, onder meer omdat eiser eerder in Somalië geen problemen had ondervonden, zijn stam een meerderheidsclan zou zijn en hij geen bewijs had geleverd voor een reëel risico op ernstige schade. Ook zou de algemene situatie in Somalië geen uitzonderlijke situatie vormen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser zich in Somalië staande zou kunnen houden, ondanks zijn lange afwezigheid en het ontbreken van een sociaal netwerk. De rechtbank benadrukt dat terugkeerders vaak herkenbaar zijn en discriminatie kunnen ondervinden. Ook is niet aangetoond dat eiser bescherming kan verwachten van zijn stam in Mogadishu.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.