ECLI:NL:RBDHA:2023:21368

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
18 januari 2024
Zaaknummer
NL23.13994
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak

Verzoekster is op 28 april 2023 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, nam verweerder alsnog op 5 juli 2023 een beslissing. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van haar proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek tot vergoeding van proceskosten, waaruit de rechtbank concludeert dat verweerder geen bezwaar heeft tegen betaling. De rechtbank wijst toe dat verzoekster recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat verweerder pas na het instellen van beroep een beslissing heeft genomen.

De vergoeding wordt vastgesteld op een vast bedrag van €418,50, gebaseerd op het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil (alleen overschrijding beslistermijn). Daarnaast moet verweerder ook het griffierecht aan verzoekster vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.A.M. Delger en is uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.13994
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster is op 28 april 2023 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 5 juli 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op haar aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te betalen.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in
te dienen.
6. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).
7. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 augustus 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.