ECLI:NL:RBDHA:2023:21346

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
NL23.13207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op 14 juni 2022. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen op deze aanvraag. Eiser stelde echter geen ingebrekestelling op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voordat hij beroep instelde.

De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling verplicht is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan. Omdat eiser deze ingebrekestelling niet heeft verzonden, voldoet hij niet aan de procesvereisten voor ontvankelijkheid van het beroep.

Daarnaast merkt de rechtbank op dat het besluit WBV 2022/22 van 27 september 2022 van kracht is, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet waren verstreken op die datum met negen maanden is verlengd. Dit besluit is ook van toepassing op de aanvraag van eiser, waardoor de beslistermijn nog niet is verstreken.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.13207
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Achttienribbe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?

3. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 14 juni 2022. Verweerder moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 In het beroepschrift van 2 mei 2023 is geen melding gemaakt van een in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb bedoelde ingebrekestelling. Evenmin is door eiser een ingebrekestelling als processtuk ingezonden na mededeling van verzuim op 3 mei 2023. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat eiser, alvorens beroep in te stellen, geen ingebrekestelling heeft verzonden. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat het in gebreke stellen redelijkerwijs niet van de vreemdeling kan worden
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Dit staat in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
gevergd. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. Overigens merkt de rechtbank ten overvloede op dat sinds 27 september 2022 het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht is.4 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd
.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
4 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 augustus 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.