ECLI:NL:RBDHA:2023:21207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke problemen door etniciteit en politieke activiteiten
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende op 26 januari 2022 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder in Cyprus woonde. Hij stelde te vrezen voor vervolging door de Pakistaanse autoriteiten vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten voor de Pashtun Tahafuz Movement (PTM), een politieke partij die opkomt voor de belangen van de Pashtun.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser zich moedwillig van zijn paspoort had ontdaan en zich niet onverwijld had gemeld. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijke problemen had ondervonden vanwege zijn etniciteit. De gestelde problemen waren eerder het gevolg van politieke activiteiten, die los van zijn etniciteit beoordeeld moesten worden.
De rechtbank vond de verklaringen van eiser te algemeen en onpersoonlijk, met tegenstrijdigheden en opmerkelijke punten die de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook de aanvullende stukken, zoals een verklaring van de PTM-leider, overtuigden niet. Psychische klachten van eiser werden meegewogen, maar boden geen verklaring voor de ongeloofwaardigheid.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het asielrelaas terecht ongeloofwaardig achtte en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen asielvergunning of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag is definitief afgewezen.