ECLI:NL:RBDHA:2023:21164
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering of afschaling GVM-status gedetineerde
De gedetineerde [eiser] vordert in kort geding dat de Staat wordt bevolen hem van de GVM-lijst te verwijderen of zijn GVM-status te verlagen van 'hoog' naar 'verhoogd'. Hij stelt dat de informatie waarop de GVM-status is gebaseerd verouderd, onbetrouwbaar en onvoldoende concreet is, en dat de maatregelen zijn omgang met familie beperken.
De rechtbank stelt vast dat het Operationeel Overleg (OO) een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het plaatsen en handhaven van een GVM-status, en dat de rechter slechts marginaal toetst. De GVM-status van [eiser] is aanvankelijk gebaseerd op vermoedens van voortgezet crimineel handelen en liquidatiegevaar. Hoewel de indicatie voortgezet crimineel handelen is vervallen, is de indicatie ondermijning van gezag toegevoegd op basis van vermoedens van gebruik van verboden mobiele telefoons en andere verboden voorwerpen.
De rechtbank acht de informatie over het liquidatiegevaar afkomstig van het Team Criminele Inlichtingen betrouwbaar en vindt het niet onbegrijpelijk dat het OO het risico op liquidatie heeft aangenomen. Ook het vermoeden van ondermijning van gezag wordt als voldoende zwaarwegend beoordeeld. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen. Hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verwijdering of afschaling van de GVM-status af en bevestigt de verlenging van de GVM-status 'hoog'.