ECLI:NL:RBDHA:2023:21136
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek kantonrechter afgewezen wegens te late indiening en gebrek aan partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een huurovereenkomstgeschil met haar zoon, stellende dat de rechter vooringenomen en partijdig was vanwege zijn houding en uitspraken tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek direct na het bekend worden van de omstandigheden moet worden ingediend. Aangezien verzoekster en haar gemachtigde op de zitting aanwezig waren, waren de omstandigheden bekend en had het verzoek toen of kort daarna moeten worden ingediend. De mentale toestand van verzoekster rechtvaardigde de vertraging niet, waardoor het verzoek te laat was.
Ten overvloede stelde de wrakingskamer vast dat de klachten vooral de wijze van bejegening betreffen, waarvoor de wrakingsprocedure niet bedoeld is. Er was geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Ook onvolledigheden in het proces-verbaal rechtvaardigden geen wraking.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; geen aanwijzingen voor partijdigheid.