Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Oegandese nationaliteit, werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige bewaring.
De rechtbank behandelde het beroep zonder dat eiseres of haar advocaat aanwezig waren. De kern van het geschil betrof de vraag of de bewaring onrechtmatig was vanwege een capaciteitsgebrek bij de overheid dat leidde tot de opheffing van de grensdetentie.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring tot 27 oktober 2023 gerechtvaardigd was, mede omdat een nader gehoor noodzakelijk was en de planning daarvan door capaciteitsproblemen op het laatste moment niet kon doorgaan. Het standpunt van verweerder dat de rust- en voorbereidingstijd volledig benut moest worden, werd onderschreven, maar de rechtbank stelde dat bij capaciteitsgebrek per geval beoordeeld moet worden of voortzetting billijk is.
Gezien de omstandigheden en de concrete toelichting van verweerder vond de rechtbank dat de grensdetentie niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de grensdetentie is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.