ECLI:NL:RBDHA:2023:21117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Verweerder heeft op 29 juli 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser voerde aan dat er sinds 24 oktober 2023 geen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat en dat ook het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt, mede vanwege een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 mei 2022. Verweerder stelde dat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat eind september 2023 een nieuwe consulaire vertegenwoordiger is aangetreden en het presentatieproces is hervat, met als bewijs dat op 4 oktober 2023 een laissez-passer is afgegeven aan een Algerijnse vreemdeling.
De rechtbank achtte de omstandigheden waaronder een laissez-passer werd afgegeven op 4 oktober 2023 ook van toepassing op eiser, die in het bezit is van een kopie van zijn geboorteakte en op 7 december 2023 zal worden gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten. Daarom is er voldoende zicht op uitzetting naar Algerije en is het voortduren van de maatregel rechtmatig. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.