Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse Unieburger, werd op 1 december 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij betoogde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef na gedwongen uitzetting naar Polen en dat de bewaring onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat eiser Nederland niet vrijwillig had verlaten en dat hij in Polen geen effectief verblijf had opgebouwd.
De staatssecretaris motiveerde de bewaring met zware gronden waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank vond deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Ook de lichte gronden werden niet betwist en ondersteunden het risico op onttrekking.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende inspanningen had verricht om zijn uitzetting voor te bereiden en dat een lichter middel passend was vanwege zijn contacten met een opvangstichting. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld en dat het risico op onttrekking een lichter middel uitsloot.
Ambtshalve toetsing leidde tot de conclusie dat de bewaring gedurende de onderzochte periode niet onrechtmatig was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.