ECLI:NL:RBDHA:2023:21076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak
Verzoekster is op 29 november 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag. Op 8 juni 2023 heeft verweerder laten weten voornemens te zijn de aanvraag in te willigen, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €184,- aan verzoekster vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier N. Khalloufi, zonder zitting, en is op 18 juli 2023 openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €418,50 en vergoeding van het griffierecht van €184,- aan verzoekster.