ECLI:NL:RBDHA:2023:21070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om ambtshalve beoordeling verblijfsvergunning medische gronden na onzorgvuldig handelen
Eiser, een Oekraïense asielzoeker, heeft sinds 2017 meerdere besluiten van verweerder ontvangen inzake uitstel van vertrek en de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na vernietiging van eerdere besluiten door de rechtbank en Raad van State, heeft verweerder uiteindelijk uitstel van vertrek verleend met ingang van 9 januari 2018 tot 28 maart 2023. Eiser voert aan dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door niet ambtshalve te beoordelen of hem een verblijfsvergunning op medische gronden met terugwerkende kracht moet worden verleend.
De rechtbank stelt vast dat verweerder meerdere malen gebrekkige besluiten heeft genomen en daardoor eiser in zijn belangen heeft geschaad. De motivering van verweerder om geen ambtshalve beoordeling te doen is onvoldoende. De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin deze beoordeling wel wordt gedaan, rekening houdend met beleidswijzigingen.
Daarnaast is eiser vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het niet ambtshalve beoordelen betreft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op om ambtshalve te beoordelen of eiser met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning op medische gronden moet krijgen.