Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind 3], V-nummers: [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4] .
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Gezien de uitspraak in een gerelateerde zaak (NL23.32952) waarbij het beroep is behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier S.J. Valk op 22 november 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.