ECLI:NL:RBDHA:2023:2085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens onvoldoende motivering medische noodsituatie
Eiser, van Georgische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor medische behandeling vanwege een ernstige aandoening (familiaire mediterrane koorts met amyloïdstapeling) en een niertransplantatie. De aanvraag werd op 18 november 2020 afgewezen, waarna bezwaar werd gemaakt en het bezwaar op 25 juli 2022 ongegrond werd verklaard. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht meerdere adviezen uit waarin werd geconcludeerd dat het ontbreken van medicatie anakinra in Georgië zal leiden tot toename van ziekteactiviteit, maar niet tot een medische noodsituatie binnen drie maanden.
Eiser betoogde dat het BMA-advies onvoldoende rekening hield met de ernst van de situatie en dat het staken van anakinra kan leiden tot een snelle en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid, resulterend in intens lijden en significante vermindering van levensverwachting, conform het arrest Paposhvili van het EHRM. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het risico op een snelle achteruitgang en intens lijden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.674,- aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.