ECLI:NL:RBDHA:2023:20822

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 december 2023
Publicatiedatum
3 januari 2024
Zaaknummer
NL23.30476
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen mvv-aanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Nadat verweerder de aanvraag op 30 november 2023 heeft afgewezen, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep, ook als het beroep is ingetrokken. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en vervolgens de aanvraag heeft afgewezen, wordt dit als tegemoetkoming aan het beroep beschouwd.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met een wegingsfactor 'licht', vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten aan verzoeker.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verweerder kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep tegen niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30476

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel “familie en gezin” van 17 mei 2023.
Bij besluit van 30 november 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.
Verzoeker heeft het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft afgewezen, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.