ECLI:NL:RBDHA:2023:20788

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
2 januari 2024
Zaaknummer
NL23.38508
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens opheffing bewaring

Verzoeker had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na opheffing van deze maatregel heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft beoordeeld of de staatssecretaris geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, zoals vereist voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De maatregel werd opgeheven na een belangenafweging van de Dienst Terugkeer en Vertrek, maar niet op de gronden van het beroepschrift.

Omdat verzoeker geen beroepsgronden had aangevoerd en de opheffing niet als tegemoetkomen kon worden gezien, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38508

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. P. Kramer-Ograjensek),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 december 2023, waarin de staatssecretaris aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft opgelegd.
1.1.
De staatssecretaris heeft de maatregel van bewaring op 13 december 2023 opgeheven naar aanleiding van een belangenafweging.
1.2.
Naar aanleiding van deze opheffing heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de staatssecretaris en verzoeker in de gelegenheid gesteld om op dat verzoek te reageren.
1.3.
De staatssecretaris heeft de rechtbank op 14 december 2023 meegedeeld dat hij zich verzet tegen een proceskostenveroordeling.
1.4.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen als daarom bij intrekking is verzocht. Dat staat in artikel 8:75a van de Awb. Daarom beoordeelt de rechtbank of de staatssecretaris geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
2.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat er sprake is van ‘tegemoetkomen’ als het bestuur het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd. [1]
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring is opgeheven naar aanleiding van een belangenafweging van de Dienst Terugkeer en Vertrek die in het voordeel van verzoeker is uitgevallen. Hierdoor is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een tegemoetkomen door de staatssecretaris aan het besluit. Verder heeft verzoeker niet aangevoerd dat en waarom deze gang van zaken gezien moet worden als een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank ziet geen relatie tussen het door eiser ingediende beroep en het opheffen van de maatregel. Eiser heeft immers enkel een pro forma beroepschrift ingediend en (nog) geen beroepsgronden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El Amrani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.ABRvS 3 juni 2015, ECLI:RVS:2015:1754.