ECLI:NL:RBDHA:2023:2075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Zuid-Afrikaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan België gedaan, dat door België was aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij niet terug wil naar België vanwege slechte behandeling en gebrek aan opvang, en vreest indirect refoulement. Hij stelde dat Nederland zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken wegens bijzondere omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat België zijn verplichtingen niet nakomt. De stellingen over gebrek aan opvang en risico op refoulement waren niet onderbouwd met stukken. Ook is niet gebleken dat eiser geen toegang heeft tot Belgische instanties voor bescherming.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.