ECLI:NL:RBDHA:2023:20721
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat Duitsland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, onder meer door discriminatie, detentie en tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, en dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling bij overdracht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende concrete en onderbouwde bewijsstukken overgelegd om aan te tonen dat Duitsland tekortschiet in zijn asielprocedure of opvang, zoals vereist op grond van het Jawo-arrest. Ook is niet gebleken dat eiser geen effectieve klachtenmogelijkheden heeft in Duitsland.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een onverplichte in behandeling neming van de aanvraag rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de procedure niet langer connex is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.