ECLI:NL:RBDHA:2023:2069

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
NL22.22446
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoeker diende beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Vervolgens wijzigde de staatssecretaris het besluit deels, waarbij de zienswijze van verzoeker alsnog werd meegewogen, hetgeen in het oorspronkelijke besluit niet was gebeurd.

Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoeker zijn beroep in en verzocht de rechtbank om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan verzoeker was tegemoetgekomen door het gewijzigde besluit en dat het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond was. De proceskosten werden vastgesteld op € 837, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22446

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 31 oktober 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
In het besluit van 1 december 2022 heeft verweerder het bestreden besluit gewijzigd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Gelet op de stukken in het dossier en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan verzoeker. Het gewijzigde besluit is mede gebaseerd op de door verzoeker ingediende zienswijze, die in het oorspronkelijke besluit ten onrechte niet in overweging was genomen. Nu verweerder in het nieuwe besluit de zienswijze alsnog heeft meegewogen, heeft eiser zijn beroep ingetrokken.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837 (achthonderdzevenendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.