ECLI:NL:RBDHA:2023:20661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser is op 19 augustus 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2023 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank toetst het voortduren van de maatregel vanaf 17 november 2023, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser betoogt dat de staatssecretaris niet voortvarend handelt en dat onduidelijk is waarom een nieuw laissez passer-traject is gestart, terwijl hij aangeeft dat hij wil meewerken aan uitzetting.
De staatssecretaris heeft toegelicht dat na overleg met de Marokkaanse autoriteiten de eerste lp-aanvraag werd afgesloten omdat de identiteit niet kon worden bevestigd op basis van een kopie van het identiteitsbewijs. Eiser heeft vervolgens zijn originele identiteitskaart laten opsturen, waarna een nieuw lp-traject is gestart. Hoewel de geplande presentatie op 5 december 2023 niet doorging vanwege late ontvangst van het document, wordt een nieuwe presentatie ingepland.
De rechtbank oordeelt dat er concrete aanknopingspunten zijn voor uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.