Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen van verweerder op haar inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De rechtbank had het beroep eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar dit werd herzien na verzet van eiseres.
Tijdens de procedure bleek dat het inzageverzoek van eiseres ook aan verweerder was gericht en dat verweerder inmiddels op 31 oktober 2023 een besluit had genomen. Hierdoor verloor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen zijn grond, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden, omdat het beroep op goede gronden was ingesteld toen de beslistermijn was overschreden. Tevens wordt het beroep, voor zover gericht tegen de inhoud van het besluit, doorverwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaarschrift.