ECLI:NL:RBDHA:2023:2045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser diende op 16 juli 2022 een verzoek om internationale bescherming in Nederland in. Verweerder stelde vast dat eiser via België het grondgebied was binnengekomen en dat zijn personalia voorkwamen in het NL-SIS-II systeem onder een Belgisch signaleringsnummer. Omdat er geen Eurodac-treffer was, gold een termijn van drie maanden voor het indienen van een verzoek tot overname door België.
Verweerder diende het verzoek tot overname op 13 oktober 2022 in, binnen de gestelde termijn. België accepteerde het verzoek op 20 oktober 2022. Eiser stelde dat het verzoek te laat was ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat de termijn correct was toegepast en dat verweerder niet te laat was.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij niet correct was geïnformeerd over het aanmeldgehoor Dublin en dat hij niet wist van de uitnodigingen. De rechtbank vond dat de zogenoemde loopbrieven in het dossier voldoende bewijs vormden dat eiser was geïnformeerd. Het niet verschijnen op het aanmeldgehoor leidde niet tot onrechtmatigheid van het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.