ECLI:NL:RBDHA:2023:20426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening verblijfsdocument EU/EER wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende een verzoek in tot voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER niet in behandeling te nemen. Dit primaire besluit werd aangevochten door middel van bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Uit de beoordeling blijkt dat het griffierecht van €184,00 voor het verzoek is vastgesteld en dat verzoeker in de gelegenheid is gesteld dit te betalen.
Verzoeker heeft het griffierecht echter niet betaald en heeft ook geen reden voor dit verzuim gegeven, zodat geen verontschuldiging kon worden aangenomen. Op grond hiervan is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.