ECLI:NL:RBDHA:2023:20426

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
NL23.33821
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening verblijfsdocument EU/EER wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker diende een verzoek in tot voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER niet in behandeling te nemen. Dit primaire besluit werd aangevochten door middel van bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Uit de beoordeling blijkt dat het griffierecht van €184,00 voor het verzoek is vastgesteld en dat verzoeker in de gelegenheid is gesteld dit te betalen.

Verzoeker heeft het griffierecht echter niet betaald en heeft ook geen reden voor dit verzuim gegeven, zodat geen verontschuldiging kon worden aangenomen. Op grond hiervan is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33821

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoekerv-nummer: [V-nr.]

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

Bij besluit van 10 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsdocument EU/EER niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoeker is het griffierecht vastgesteld op € 184,00.
2. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen. Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald. Verzoeker heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.