ECLI:NL:RBDHA:2023:20327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Colombiaanse vreemdeling wegens onvoldoende gegronde vrees
Eiser, een Colombiaanse nationaliteithebbende asielzoeker, verzocht op 21 maart 2023 om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en mishandeling door een lokale gewapende bende. Hij vreesde bij terugkeer vermoord te worden. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had en bescherming bij de Colombiaanse autoriteiten mogelijk was.
Eiser betoogde dat het zoeken van bescherming gevaarlijk is vanwege de macht van bendes en corruptie, en dat hij geen vestigingsalternatief heeft binnen Colombia. Hij ondersteunde dit met een artikel van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en een ambtsbericht over infiltratie van gewapende groeperingen in overheidsinstanties.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bescherming bij de autoriteiten zinloos of gevaarlijk is. De situatie van eiser verschilt van vergelijkbare zaken waarin risico’s bij aangifte aannemelijk waren. De politie doet onderzoek naar de bedreigingen en er zijn beschermingsmogelijkheden. Ook is niet gebleken dat eiser niet elders in Colombia veilig kan verblijven.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. De rechtbank zag geen reden om het asielrelaas van de moeder van eiser te betrekken omdat haar verblijfsvergunning op humanitaire gronden is verleend en zij geen asielaanvraag heeft ingediend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.