ECLI:NL:RBDHA:2023:20257
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming staatssecretaris
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De staatssecretaris erkende de verplichting tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bood aan deze te vergoeden. De rechtbank bevestigde dit en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten en €184,- aan griffierecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en op basis van artikel 8:54 Awb Pro. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de regeling dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener proceskosten worden vergoed.
De uitspraak is openbaar gemaakt en er is een mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten en €184 aan griffierecht aan verzoekster.