ECLI:NL:RBDHA:2023:20223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syriër, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Finland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag aannemen dat Finland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat het asiel- en opvangsysteem in Finland zodanige tekortkomingen vertoont dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het feit dat zijn vingerafdrukken gedwongen zijn afgenomen, is onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder oordeelt de rechtbank dat de intentie van eiser om naar Nederland te reizen niet relevant is voor de verantwoordelijke lidstaat. Ook is geen sprake van een bijzondere individuele omstandigheid op grond waarvan de staatssecretaris de aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep wordt daarom afgewezen en de aanvraag blijft buiten behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag omdat Finland verantwoordelijk is.