ECLI:NL:RBDHA:2023:20198
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunningen
Verzoekers, van Mongolische nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de verzoeken af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.