ECLI:NL:RBDHA:2023:20196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, van Mongolische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de Nederlandse staatssecretaris, omdat volgens de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat de Duitse asielprocedure en opvangvoorzieningen tekortkomingen vertonen, waaronder het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en mogelijke bevooroordeling van rechters, en dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou betekenen vanwege zorgbehoefte van een familielid.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in Duitsland die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren. Het AIDA-rapport ondersteunt niet de stelling van willekeur of ontoereikende opvang. Ook is het ontbreken van automatische kosteloze rechtsbijstand in eerste aanleg niet strijdig met de toepasselijke richtlijnen. Verder is onvoldoende onderbouwd dat eisers geen effectief rechtsmiddel in Duitsland hebben.
Ten aanzien van de bijzondere individuele omstandigheden acht de rechtbank de zorgbehoefte van de moeder van eiser niet voldoende om overdracht aan Duitsland als onevenredige hardheid te kwalificeren. Eisers hebben geen bewijs geleverd van afhankelijkheid of onmogelijkheid tot hulp van Duitse autoriteiten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en griffier Z.P. de Wilde op 20 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.