ECLI:NL:RBDHA:2023:20120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing alleenstaande ouder toeslag wegens huwelijkssituatie
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van de Belastingdienst om de alleenstaande ouder toeslag (ALO-toeslag) niet toe te kennen over het jaar 2018, omdat hij al sinds 2011 getrouwd is en zijn vrouw als toeslagenpartner wordt aangemerkt. Eiser voerde aan dat zijn vrouw pas in 2019 een verblijfsvergunning kreeg en op dat moment pas als toeslagenpartner beschouwd zou moeten worden. Ook stelde hij dat de regeling rigide en disproportioneel is en dat hij feitelijk alleenstaande ouder was.
De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 15 februari 2023, waarin is bevestigd dat de vrouw van eiser terecht als toeslagenpartner wordt aangemerkt en dat eiser daarom geen recht heeft op de ALO-toeslag. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat zijn situatie wezenlijk anders is dan door de hoogste bestuursrechter is aangenomen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit van 17 maart 2023 op bezwaar terecht is genomen en dat de verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter voldoende is om te voldoen aan het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de alleenstaande ouder toeslag niet toe te kennen wordt ongegrond verklaard.