Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
an sichniet tot een asielstatus kunnen leiden.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Congolese nationaliteit, diende in mei 2022 een asielaanvraag in die in juni 2023 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de dood van zijn vader en het contact met zijn moeder.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht vaststelde dat eiser summier verklaarde over de dood van zijn vader, maar onvoldoende heeft voldaan aan de samenwerkingsverplichting om actief door te vragen. De verklaringen over het contact met zijn moeder zijn niet tegenstrijdig en de wijzigingen in aanvullingen zijn begrijpelijk.
Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het late asielverzoek in Oekraïne afdoet aan de geloofwaardigheid. De rechtbank constateert strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en vernietigt het besluit. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw, zorgvuldiger verhoor en besluit binnen drie maanden.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.674,- aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen.