ECLI:NL:RBDHA:2023:20076
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een derdelander uit Oekraïne, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit beëindigde haar recht op tijdelijke bescherming en legde een terugkeeropdracht op naar Nigeria. Verzoekster had hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank heeft bij uitspraak op het samenhangende beroep van verzoekster dit beroep ongegrond verklaard. Omdat verzoekster een asielaanvraag heeft ingediend en de behandeling daarvan in Nederland mag afwachten, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Bovendien heeft de staatssecretaris de gevolgen van het bestreden besluit bevroren en het terugkeerbesluit ingetrokken.
Op de zitting van 21 november 2023 is het verzoek behandeld, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en verzoekster de asielprocedure mag afwachten.