ECLI:NL:RBDHA:2023:20071
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. Dit besluit was gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 november 2023 en stelde vast dat op hetzelfde moment een samenhangend beroep van verzoeker ongegrond was verklaard. Tevens stond vast dat verzoeker een asielaanvraag had ingediend en de behandeling daarvan in Nederland mocht afwachten.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en de asielprocedure loopt.