ECLI:NL:RBDHA:2023:20028

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
18 december 2023
Zaaknummer
NL23.38078
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder als rechtmatig beoordeeld tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 19 september 2023.

Eiser stelde dat er geen zicht meer was op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, omdat de Marokkaanse ambassade zijn nationaliteit niet kon bevestigen en hij als minderjarige Marokko had verlaten zonder documenten. De rechtbank oordeelde echter dat er nog steeds zicht op uitzetting bestaat, omdat de aanvraag voor een laissez-passer nog in behandeling is en eiser onvoldoende heeft meegewerkt aan het verkrijgen van documenten.

De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring gedurende de te toetsen periode niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38078

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 22 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 5 december 2023 van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd. Daarbij heeft eiser verzocht om een schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek op 12 december 2023 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 27 september 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [1] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 19 september 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
Zicht op uitzetting
4. Eiser voert aan dat er geen zicht meer bestaat op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, omdat uit de voortgangsgegevens van verweerder blijkt dat de Marokkaanse ambassade de nationaliteit van eiser niet kan bevestigen. De bewaring van eiser is sinds dat de datum van dat bericht, 17 november 2023, onrechtmatig. De kans dat hij in een Marokkaans systeem voorkomt is klein omdat eiser Marokko als minderjarige heeft verlaten en nooit een paspoort of een identiteitskaart heeft aangevraagd. Eiser is nooit in Marokko geregistreerd. Hij kan daarom evenmin zelf documenten verkrijgen.
5. De rechtbank is - anders dan eiser - van oordeel dat er nog steeds zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Er zijn geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het zicht op uitzetting in het individuele geval van eiser op dit moment ontbreekt. Het enkele feit dat de Marokkaanse autoriteiten eisers nationaliteit (nog) niet hebben vastgesteld, maakt niet dat de aanvraag om een laissez-passer niet meer in behandeling is en dus ook niet dat er geen zicht (meer) is op afgifte van een laissez-passer. Verweerder moet de tijd gegund worden om te onderzoeken wat ervoor nodig is de nationaliteit van eiser vast te stellen. De rechtbank wijst er in dit verband ook op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en, in verband daarmee, het laissez-passer traject. Eiser heeft geen aantoonbare inspanningen geleverd om documenten betreffende zijn identiteit en nationaliteit te verkrijgen. Dat het voor hem op voorhand onmogelijk is om dergelijke documenten te verkrijgen omdat hij als minderjarige uit Marokko is vertrokken, heeft eiser niet onderbouwd.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.zaaknummers: NL23.28694 en NL23.28665