ECLI:NL:RBDHA:2023:19986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek minderjarige tot herstel gezag moeder en wijziging hoofdverblijfplaats
De minderjarige heeft zich via een informele rechtsingang tot de kinderrechter gewend met het verzoek om haar moeder in het gezag te herstellen en haar hoofdverblijfplaats te wijzigen. De moeder heeft het gezag verloren bij een beschikking uit 2021 en de gecertificeerde instelling voert momenteel de voogdij uit.
Tijdens de zitting is gebleken dat de situatie tussen de moeder, de gecertificeerde instelling en de gezinshuisouders sterk is verbeterd. Er is een plan opgesteld waarbij de minderjarige na de herfstvakantie doordeweeks bij haar moeder zal verblijven en in het weekend bij de gezinshuisouders. Een gezinscoach zal ondersteuning bieden om de overgang te begeleiden.
De kinderrechter stelt vast dat de minderjarige op grond van artikel 1:377g BW niet bevoegd is om het herstel van het gezag te verzoeken, aangezien dit alleen door ouders of de Raad voor de Kinderbescherming kan worden gedaan. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De kinderrechter benadrukt het belang van een geleidelijke en zorgvuldige thuisplaatsing en moedigt verdere samenwerking en ondersteuning aan.
Uitkomst: De kinderrechter verklaart de minderjarige niet-ontvankelijk in haar verzoek tot herstel van het gezag van de moeder en wijziging van de hoofdverblijfplaats.