Uitspraak
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [woonplaats]
- namens eiseres: de gemachtigde van eiseres en [naam 1] ;
- namens het college: de gemachtigde van het college, [naam 2] en [naam 3]
- namens belanghebbenden: [derde-partij 1] .
Rechtbank Den Haag
Belanghebbenden vroegen een tegemoetkoming in planschade vanwege een wijzigingsplan dat woningbouw mogelijk maakte op een voormalig sportterrein nabij hun woning. Het college kende een vergoeding toe, maar baseerde zich op een advies waarin de voorzienbaarheid van de schade niet voldoende was onderzocht.
Eiseres betoogde dat het college onterecht het advies van Langhout & Wiarda volgde en dat de schade ten tijde van aankoop van de woning voorzienbaar was, waardoor geen vergoeding verschuldigd zou zijn. Het college stelde zich op het standpunt dat de schade voorzienbaar was op basis van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de voorzienbaarheid van de planschade ten tijde van aankoop van de woning bestond, omdat de relevante stukken dateren van na de aankoop. Hierdoor is het college tekortgeschoten in haar bewijslast en moet een nieuw besluit worden genomen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank over de redelijke termijn en kende vergoeding toe voor overschrijding van de termijn, zowel aan eiseres als belanghebbenden. Ook werden proceskosten en kosten van deskundigen deels toegewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de voorzienbaarheid van de planschade.