De rechtbank Den Haag behandelde op 23 november 2023 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige vertoont zowel internaliserende als externaliserende problematiek, met ernstige zorgen over haar sociale contacten en wegloopgedrag. Zij is sinds 16 november 2023 geplaatst in een behandelgroep van een jeugdhulpaanbieder buiten de regio.
De kinderrechter overwoog dat de ouders niet in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de veiligheid en behandeling van de minderjarige. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is essentieel voor regievoering en ondersteuning van het gezin. De kinderrechter achtte een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar passend, en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden.
De ouders onderschrijven de zorgen en steunen de hulpverlening, waarbij zij hopen op een voortzetting van de behandeling in de huidige behandelgroep. Het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing werd voor het overige afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.