ECLI:NL:RBDHA:2023:19895
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het recht op tijdelijke bescherming van verzoeker te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 12 december 2023 vond de zitting plaats waarbij verzoeker en zijn gemachtigde verschenen, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris. Tegelijkertijd werd een samenhangende zaak behandeld (AWB 23/10142), waarin de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen nieuwe omstandigheden waren die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigden en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.