ECLI:NL:RBDHA:2023:19866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit zonder vertrektermijn in vreemdelingenrecht
Eiser, geboren in Nederland en oorspronkelijk Marokkaans, heeft in 2016 zijn Nederlandse nationaliteit opgegeven en verblijft sindsdien onrechtmatig in Nederland. Na eerdere veroordelingen en een uitgezeten gevangenisstraf, legde de staatssecretaris in april 2023 een nieuw terugkeerbesluit zonder vertrektermijn aan eiser op vanwege zijn onrechtmatig verblijf.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit onvoldoende gemotiveerd was, dat hij niet op de voorgeschreven wijze Nederland was binnengekomen en dat hij geen risico liep zich aan toezicht te onttrekken. Tevens stelde hij dat hij een kansrijke aanvraag had ingediend en dat zijn belangen als psychiatrisch patiënt onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit terecht is opgelegd op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet rechtmatig verblijft en geen uitzonderingssituatie geldt. De zware gronden voor het onthouden van een vertrektermijn zijn aanwezig, waaronder het niet op de juiste wijze binnenkomen, het niet naleven van eerdere aanzeggingen, het inreisverbod en het niet willen terugkeren.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de staatssecretaris niet verplicht was een vertrektermijn te geven. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit zonder vertrektermijn wordt ongegrond verklaard.