Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2], V-nummers: [V nummer 2] en [V nummer 3] ,
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, mede namens haar minderjarige kinderen, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 11 juli 2023 behandeld.
Op 20 juli 2023 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.