ECLI:NL:RBDHA:2023:19610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen eindafrekening bestuursrechtelijke premie Zvw
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centraal Administratiekantoor (CAK) waarin de eindafrekening van de bestuursrechtelijke premie op grond van de Zorgverzekeringswet is vastgesteld. Het CAK had eiser dwingend een zorgverzekering laten afsluiten, omdat hij dit zelf niet had gedaan, en stelde vast dat eiser nog een bedrag van €1.058,47 moest betalen.
Eiser voerde aan dat hij het bedrag niet kan betalen vanwege een laag inkomen en vroeg of hij niet kon worden vrijgesteld van terugbetaling totdat zijn inkomen stijgt. De rechtbank stelde vast dat tijdens de periode dat eiser onder bewind stond, de bewindvoerder de premies niet had betaald. De rechtbank oordeelde echter dat de Zorgverzekeringswet geen ruimte biedt voor matiging van het bedrag en dat het beleid van het CAK niet onredelijk is.
De rechtbank wees het beroep af, oordeelde dat het CAK terecht de betaling van het volledige bedrag heeft geëist en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van het griffierecht of proceskostenvergoeding. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid voor eiser om een betalingsregeling te treffen bij het CJIB of kwijtschelding te vragen bij het CAK.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de eindafrekening bestuursrechtelijke premie wordt ongegrond verklaard en eiser moet het volledige bedrag van €1.058,47 betalen.