ECLI:NL:RBDHA:2023:19568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kinderbijslag bij co-ouderschap vanwege ouderschapsplan
Eiser, vader van drie minderjarige kinderen, heeft kinderbijslag aangevraagd vanaf het vierde kwartaal van 2021. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat volgens het ouderschapsplan het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder ligt en de kinderbijslag aan haar wordt uitbetaald. De rechtbank bevestigt dat hoewel de kinderen feitelijk ongeveer de helft van de tijd bij eiser verblijven, het ouderschapsplan geen wijziging van de kinderbijslagregeling bevat.
De rechtbank overweegt dat het beleid van de Svb uitgaat van het ouderschapsplan tenzij er sprake is van een bestendige niet-naleving van meer dan zes maanden, wat hier niet is aangetoond. Ook bij co-ouderschap kunnen ouders afspreken dat de kinderbijslag aan één ouder wordt uitbetaald, bijvoorbeeld vanwege inkomensverschillen. Er is geen aanwijzing dat de ouders een andere afspraak hebben gemaakt of dat een rechterlijke uitspraak dit heeft gewijzigd.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de Svb terecht het bezwaar van eiser ongegrond heeft verklaard en de aanvraag kinderbijslag heeft afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.